Afscheid nemen van wat bekend is
Deze week is een emotionele week. Mensen nemen afscheid van ons. Wij wilden geen afscheid nemen, want we gaan iedereen gewoon blijven zien, toch? Nu komt het binnen: wij gaan en iedereen die we kennen en van wie we houden, blijft hier.
We vonden die magische plek, en zien hoe we daar een toekomst gaan bouwen. De natuur, de Franse cultuur, de aardige buren. We zijn maanden lang ontzettend druk geweest met de laatste klussen aan het huis, schoonmaken, verkopen, spullen inpakken… Ondertussen werkten we aan ons plan, met ideeën, goede gesprekken, nieuwe ontdekkingen. De wereld aan onze voeten. Maar nu het moment daar is dat we echt gaan, voelen we verdriet.
De mensen die ons hele leven bij ons zijn, die ons gevormd hebben, die we later leerden kennen en met wie we zo veel delen, laten we achter. We zien de tranen bij onze ouders, en we voelen dat zelf ook. We zien de kinderen die afscheid nemen van hun vriendjes. Ze zijn zo jong en hebben er al zo veel. We fietsten het laatste rondje op de bakfiets, kindjes (en Boomer Joep) voorin, wind door de haren. Aten nog een ijsje bij ‘de Verleiding’ en wipten snel binnen bij de Jumbo voor de lunch. Ondertussen nog tig keer ‘langs mam’ om wat te halen, brengen, koffie drinken. Het is een golf van vertrouwdheid en bekendheid, en het besef dat dat straks weg is.
Leven tussen twee werelden
Waar we straks terecht komen, gaan we dit weer opbouwen. We gaan hard werken om de nieuwe cultuur eigen te maken en onze plek te vinden. Een van de doelen van deze onderneming is juist om niet vanuit vanzelfsprekendheid te leven. We kunnen die gewone dingen nooit meer voor lief nemen, want ook in Gemert zal de wereld niet stilstaan en zullen dingen veranderen. We zullen nooit Frans worden en nooit meer helemaal Nederlands zijn. Dat verrijkt, maar doet nu ook even pijn.
Dat we verder weg gaan wonen, betekent niet dat onze familie en vrienden niet belangrijk voor ons zijn. We koesteren iedereen van wie we zo veel houden en de plek waar we vandaan komen. Hopelijk houden we iedereen bij ons door veel te bellen en te delen. We nemen veel foto’s mee en het voordeel van Frankrijk: in elk dorp is nog een echt postkantoor. We kunnen dus ook echte post versturen.
Oma
Tot een paar maanden geleden leefden al mijn opa’s en oma’s nog. Allemaal tegen of in de 90, allemaal fit. Zij zijn er mijn hele leven als vanzelfsprekend geweest. Ik prijs me ontzettend gelukkig met zo veel erfgoed om me heen. Ik hoor hun verhalen al 33 jaar. Over hoe de dingen vroeger gingen. De tijd in Australië van de familie Coufreur. De boerderij in Boekel van de familie Van Hout, en helemaal in Venhorst van de familie Gerrits. Verhalen over de oorlog, en over de kinderjaren van mijn eigen ouders. Ik heb ze ontzettend veel vragen kunnen stellen over hun karakter en hoe zij de dingen zien. Ze geven me (ongevraagd) advies en heel veel liefde. Ik kon altijd rekenen op 4 paar glimmende ogen bij een diploma, een goed verhaal, een nieuwe baan. Ze genieten van mijn kinderen, die ze op hun beurt reuze interessant vinden: ‘opi is écht oud!’
De opa met de sterke verhalen is overleden. De oma die daarbij hoorde, gaat hard achteruit. Andere opa is stil, maar still going strong.
Met mijn andere oma heb ik nog altijd een hechte band. Ze is voor mij een voorbeeld. Staat altijd klaar voor anderen, is altijd aan het werk. Ze leeft vanuit de overtuiging dat je met weinig genoegen moet nemen, en niks verspild mag worden: geen spullen, geen water, geen aandacht. Ze is een echte mater familias. Trots op al haar kinderen en kleinkinderen, zorgt ze dat niemand iets tekort komt. Soms stuurt ze bij met een strenge toespraak. Toen het met mij een tijd niet goed ging, troostte ze me zonder een woord te zeggen. Het gaat nu niet goed met haar en dat breekt mijn hart. Maar, zoals oma dat doet, zei ze op z’n Boekels: ge gat ’t mar proberen.
Dat gaan we doen. En we zien iedereen weer gewoon eind augustus.